Minister spreekt op congres van HU-studenten tegen hate speech

“Ik heb niks tegen homo’s, maar ik hoef ze niet te zien zoenen.” Deze en vele andere agressieve uitspraken moeten mensen uit de LGBT+ community nog regelmatig aanhoren. Zij durven vaak zichzelf niet te zijn, uit angst voor negatieve reacties. Om dit probleem aan te kaarten, organiseerden studenten van de HU het congres Arguments Against Aggression (AAA). Een van de aanwezigen: minister Ingrid van Engelshoven.

Het digitale AAA-congres richtte zich tegen hate speech, agressie en discriminatie gebaseerd op seksuele geaardheid en genderidentiteit. Onder de sprekers: mensen van Inclusive Works, Movisie, Roze in Blauw, ECHO en Theater AanZ. Zij gingen in gesprek met het publiek om samen manieren te bedenken waarop je kunt ingrijpen wanneer je getuige bent van hate speech of (micro)agressie. Ook minister van OCW Ingrid van Engelshoven was aanwezig. De zin uit het regeerakkoord die haar het meest aanspreekt is volgens de website van Rijksoverheid immers: 'In Nederland is iedereen gelijkwaardig en heb je de vrijheid om te houden van wie je wilt en om zichtbaar jezelf te kunnen zijn’. Tijdens het Arguments Against Aggression congres voerde zij een open gesprek met de aanwezige studenten. Collegevoorzitter Jan Bogerd van Hogeschool Utrecht verzorgde een introductie van de minister.

Door studenten, voor iedereen

Het congres werd georganiseerd door twee eventstudenten en twee communicatiestudenten van de HU. Zij vinden dat iedereen, studenten en docenten, zichzelf moet kunnen zijn op school. Student en medeorganisator Romy Renes is zelf deel van de LGBT+ community. “Regelmatig hoor ik opmerkingen die onschuldig lijken, maar benadrukken dat ik buiten de boot val. De betekenis erachter? ‘Je wordt getolereerd, maar je bent niet normaal. Je wijkt af van het correcte beeld’.” Daarom is het AAA-congres volgens haar van groot belang. “Begrip en acceptatie krijg je niet door wij vs. zij kampen. Elkaar zien als mens, begrijpen dat de ander gevoelens en wensen heeft net als jijzelf, daar begint empathie.”

Het vrij toegankelijke congres was nadrukkelijk niet alleen voor mensen uit de LGBT+ community maar voor iedereen. Tijdens het congres werd juist ook gekeken naar wat je kunt doen als omstander. Het project is breed gesteund binnen Hogeschool Utrecht, onder andere door het Programma Gemeenschapsvorming en Studentbetrokkenheid.

Zeven landen

Het congres kwam voort uit het Erasmus+ project Arguments Against Agression, waar zeven Europese landen aan deelnemen. Doel van dit project is om mensen vaardiger te maken wanneer zij in aanraking komen met discriminatie, agressie of geweld. De tools die zijn ontwikkeld in het project bieden de mogelijkheid om ruzies om te zetten in constructieve gesprekken. Het project wil onrechtvaardigheid aanpakken door respect en begrip voor elkaar. 

Download voor meer informatie over het congres het digitale magazine.

Deel dit artikel