Betere stagebegeleiding dankzij nieuwe app

De hoeveelheid tijd die docenten hebben voor de begeleiding van stagestudenten is beperkt. Dus moet de beschikbare tijd nuttig worden besteed. Met behulp van een app probeert Hogeschool Utrecht het begeleidingsproces beter te organiseren.

“Er is maar beperkt de tijd en met de stijgende studentenaantallen en tekorten aan docenten ligt het niet in de lijn der verwachting dat er meer tijd beschikbaar komt. Dat is de reden om te kijken of technologie hierbij kan helpen”, stelt HU-docent en onderzoeker Esther van der Stappen. Zij leidt een project dat werkt aan een online applicatie. Studenten kunnen hier tijdens hun stage zelf invullen wat ze doen en waar ze tegenaan lopen. Dat moet docenten helpen de begeleiding van stagestudenten efficiënter in te delen. Onlangs ontving het project een subsidie van SURF in het kader van de Stimuleringsregeling Online Onderwijs.

Nuttiger besteden

Op basis van wat de student in de applicatie invult, krijgt hij of zij automatisch feedback aangeleverd door het systeem. Het is de bedoeling dat die feedback het begin is van een meer inhoudelijk gesprek met de begeleider, stelt Van der Stappen. “Docenten hebben behoefte om meer inzicht te krijgen in wat er nou eigenlijk gebeurt op die werkplekken.” Bij Hogeschool Utrecht ligt de nadruk dus niet op de reflectie door de student zelf, maar op automatische feedback en het nuttiger besteden van de schaarse begeleidingstijd. “Het idee is dat de kwaliteit van de begeleiding hoger wordt. Op die manier wordt uiteindelijk ook het leereffect voor de student hoger, verwachten wij,” vertelt Van der Stappen.

Volgende stap

De volgende stap is dat de docent-functionaliteit van de applicatie verder ontwikkeld wordt. Zo kunnen studenten straks in de app om feedback vragen via bijvoorbeeld een Skype- of face-to-face-gesprek. De docent kan op basis van de context bepalen wat de gewenste vorm van begeleiding is op dat moment. “We gaan dat samen met docenten en studenten doen. Op dit moment wordt op vrijwillige basis bij twee opleidingen met de app gewerkt. We hebben zestig studenten bij ICT en vijftig bij de lerarenopleidingen. Dat willen we gaan opschalen door het voor een deel van de stagiairs verplicht te stellen en het project uit te breiden met de opleiding fysiotherapie.”

Geen Big Brother

Belangrijk voor Van der Stappen is dat de student in de applicatie volledige zeggenschap heeft over de eigen data en zelf bepaalt met wie dat wel of niet gedeeld wordt. “Het moet geen big brother worden, want dan gaat het zich te veel richten op beoordeling. Het moet echt formatief zijn.” Het moet zo zijn dat een student zelf kan besluiten: dit wil ik met mijn docent bespreken en dan middels een druk op de knop de betreffende data kan delen. “Dat creëert diepgang tussen docent en student en is daarmee direct gerelateerd aan wat de student nodig heeft.”

Bron: Science Guide