HU roept op leerlingen later te selecteren voor vmbo, havo of vwo

mensen in klaslokaal
Hogeschool Utrecht heeft zich aangesloten bij laterselecteren.nu, een nieuw initiatief dat ons onderwijssysteem wil veranderen. Door kinderen langer de tijd te geven zich te ontwikkelen, kunnen we het onderwijs in Nederland eerlijker en kansrijker maken.

In Nederland worden kinderen al op 11-jarige leeftijd geselecteerd voor het voortgezet onderwijs. Vergeleken met andere landen is dat erg jong. Onderzoek laat zien dat bij een vroege selectie, een grotere kans op kansenongelijkheid ontstaat. De leerling heeft dan minder tijd om talenten te ontwikkelen. Een groeiende groep leerkrachten, ouders, docenten, onderwijsorganisaties, wetenschappers, politici en schoolbesturen, waaronder Hogeschool Utrecht, wil dit veranderen.

“Het huidige selectiemodel binnen het Nederlandse onderwijs draagt niet bij aan kansengelijkheid. Dat is een oneerlijk en een maatschappelijk probleem,” aldus Mieke Koeslag-Kreunen, directeur van kenniscentrum Leren en Innoveren bij de HU. “Door aandacht, onderzoek en dialoog willen we veranderingen in gang zetten die leiden tot schoolloopbanen die minder worden beïnvloed door sociale achtergrond, met meer tijd voor talentontwikkeling, eerlijkere onderwijskansen en betere doorstroommogelijkheden. Voor ieder kind.”

Katalysator voor ongelijkheid

Op de onlangs gelanceerde website laterselecteren.nu wordt uitgelegd hoe vroege selectie leidt tot kansengelijkheid: onderwijs heeft al op jonge leeftijd veel invloed op de ontwikkeling van een kind en het hele onderwijsproces bestaat uit een aaneenschakeling van gevoelige scharnierpunten die kinderen gemakkelijk op een achterstand zetten of juist een voorsprong bieden.

Een belangrijke schakel is de overgang van primair naar voortgezet onderwijs. Dat is een kwetsbaar moment. Dat heeft alles te maken met de manier waarop we in Nederland kinderen selecteren voor een vervolgopleiding. Om te beginnen doen wij dat erg vroeg: al op 11- of 12-jarige leeftijd wordt bepaald of een kind naar het vmbo, de havo of het vwo mag. Op die leeftijd zijn de verschillen in ontwikkeling nog erg groot. Daarnaast leunt de selectie sterk op momentopnames, waarbij de toetsen zich ook nog eens richten op een beperkt onderdeel van de ontwikkelde vaardigheden.

Voor kinderen die al op jonge leeftijd  met onderwijsongelijkheid te maken hebben, is dit nadelig: hun talenten, vaardigheden en motivatie zijn vaak nog niet volledig tot ontwikkeling gekomen, terwijl zij wel langs dezelfde meetlat worden gelegd als anderen. Zo wordt vroege selectie een katalysator voor kansenongelijkheid.

Brede brugklassen

Er zijn verschillende manieren om kansenongelijkheid aan te pakken. Eén manier is de brede of gemengde brugklas, waarin leerlingen met verschillende schooladviezen in de eerste jaren van de middelbare school samen onderwijs krijgen. Brigitte de Kok is docent-onderzoeker bij lectoraat Werken in Onderwijs en Instituut voor Onderwijs en Orthopedagogiek en doet onderzoek naar onderwijsinnovaties, waaronder gemengde brugklassen. In Utrecht komt zij regelmatig bij middelbare scholen die bewust hebben gekozen voor de brede brugklas, omdat ze leerlingen langer de kans willen geven om erachter te komen of vmbo, havo of vwo beter bij ze past. “Er wordt op school ook niet gesproken over niveaus, maar over leerroutes – om zo weg te komen van het hele idee van lager- en hoger niveau,” legt Brigitte uit.

Ervaringen

Brigitte spreekt met docenten en leerlingen over hoe ze het vinden in zo’n brede brugklas. “Voor docenten geldt dat het best wat van ze vraagt, omdat ze gedifferentieerd moeten lesgeven – je moet lesstof voor dezelfde groep op verschillende manieren kunnen uitleggen en overbrengen. Maar deze docenten hebben bewust voor deze scholen gekozen en zijn er erg gepassioneerd over.” Bij leerlingen ziet ze een gevarieerder beeld. “Eersteklassers vinden het vooral gewoon, ze zijn niet anders gewend vanuit de basisschool. Sommige hebben wel een voorkeur voor groepswerk met klasgenoten die een opdracht op dezelfde leerroute doen, maar andere vinden het juist wel fijn als een klasgenoot op een andere manier naar de opdracht kijkt en redeneert. Interessant is dat derdejaars, juist als de klas heterogener wordt, de meerwaarde meer lijken te herkennen.”

Ook kijkt Brigitte naar wat ervoor nodig is om docenten goed voor te bereiden op lesgeven aan een brede brugklas. “We brengen met het onderzoek in kaart hoe professionalisering zo ingericht wordt in de schoolorganisatie dat docenten goed beslagen voor de klas staan, en welke routines daarbij helpen. Op één school worden docenten bijvoorbeeld standaard elke twee weken begeleid door een opleider om beter te leren differentiëren. Hoe je dit praktisch aanpakt - daar is vanuit andere scholen ook veel interesse in.” Wil je meet weten over het onderzoek van Brigitte, lees dan het onderzoeksrapport over heterogene klassen en de (gelaagde) professionalisering die hierbij nodig is. 

Over het initiatief

Hogeschool Utrecht zet zich in voor kansrijk opgroeien van kinderen en jongeren door te onderzoeken wat hiervoor nodig is en sterke professionals op te leiden en te professionaliseren. De HU is partner van laterselecteren.nu. Dit initiatief is gestart door de Vereniging Openbaar Onderwijs. Zij constateerden dat er ondanks talloze rapporten en onderzoeken van onder andere SER, Onderwijsraad, PO-raad en VO-raad, niks verandert. Doel is om het gesprek over het selectiesysteem binnen het Nederlandse onderwijs structureel op de kaart te zetten.

HU-nieuwsbrief, blijf op de hoogte

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks het belangrijkste nieuws over ons onderwijs, onderzoek en onze impact op de regio.

Meld je aan

Deel dit artikel

Gerelateerde expertise