PISA-cijfers zijn zorgwekkend, maar vertellen niet waarom leesvaardigheid daalt

Lezende jongen in bibliotheek

Bijna vier op de tien Nederlandse 15-jarigen beschikken niet over voldoende leesvaardigheid om goed mee te komen op school en in de samenleving. Dat blijkt uit het nieuwste PISA-onderzoek. Voor onderzoekers van Hogeschool Utrecht zijn de cijfers reden tot zorg. Tegelijkertijd waarschuwen zij voor te snelle verklaringen en eenvoudige oplossingen.

Nederlandse jongeren scoren opnieuw lager op leesvaardigheid dan drie jaar geleden. Inmiddels presteert Nederland ook minder goed dan veel vergelijkbare Europese landen. Volgens Corina Breukink, lerarenopleider en onderzoeker leesvaardigheid bij lectoraat Curriculumvraagstukken Funderend Onderwijs is die zorg terecht. “De uitkomsten laten zien dat er een serieus probleem is. Maar het onderzoek vertelt ons niet welke leesprocessen precies onder druk staan en waardoor de daling wordt veroorzaakt."

Volgens Breukink wordt in de maatschappelijke discussie vaak snel gewezen naar oorzaken als sociale media, schermgebruik of afnemend leesgedrag. Daarvoor biedt het onderzoek volgens haar echter geen bewijs. "We weten dat de leesprestaties dalen, maar niet waar leerlingen precies vastlopen. Hebben ze moeite met het leggen van verbanden, met kritisch beoordelen van informatie of met het opbouwen van begrip? Dat laat het onderzoek niet zien. Daarom moeten we voorzichtig zijn met snelle conclusies en generieke oplossingen."

Meer lezen alleen is niet genoeg

Breukink: "Vaak hoor je dat leerlingen meer moeten lezen. Leesbevordering is belangrijk, maar meer lezen leidt niet automatisch tot diep tekstbegrip. Daarvoor moeten we beter begrijpen hoe leerlingen informatie verwerken, verbanden leggen en betekenis geven aan teksten."

In haar promotieonderzoek aan de Universiteit Utrecht onderzocht Breukink hoe havo- en vwo-leerlingen poëzie en proza lezen en begrijpen. Met behulp van onder meer oogbewegingsonderzoek wordt zichtbaar hoe leerlingen teksten lezen. Daaruit blijkt dat leerlingen bij een eerste lezing vaak snel en van begin tot eind door een tekst heen gaan. Breukink keek vervolgens of leerlingen beter worden in tekstbegrip wanneer zij bewuster leren omgaan met dat leesproces. Leerlingen kregen verschillende leesprocessen van leeftijdgenoten te zien, vergeleken en bespraken deze en pasten de inzichten vervolgens zelf toe. De resultaten tot nu toe laten zien dat leerlingen die deze aanpak volgen, meer vooruit gingen in hun begrip van informatieve teksten, korte verhalen en poëzie dan leerlingen die de gebruikelijke lees- en literatuurlessen kregen.

Vanaf dit studiejaar bouwt de HU binnen het project LeesKRACHT voort op deze inzichten. Bij verschillende lerarenopleidingen, waaronder geschiedenis en techniek, gaan studenten de aanpak gebruiken bij complexe teksten uit hun eigen vakgebied. Hun oogbewegingen worden opgenomen, zodat ze kunnen terugzien hoe ze lezen en kunnen ontdekken wat hen helpt om de tekst beter te begrijpen.

"We zien in de samenleving een bredere discussie over de waardering van kennis, wetenschap en publieke informatievoorziening. Juist daarom is het belangrijk om leerlingen expliciet te leren hoe ze complexe teksten begrijpen, beoordelen en gebruiken."

Dit soort onderzoek is van enorme waarde voor het onderwijs. Maar volgens Elwin Savelsbergh, lector Curriculumvraagstukken Funderend Onderwijs, moet de discussie over leesvaardigheid breder worden gevoerd dan alleen binnen het onderwijs. "We zien in de samenleving een bredere discussie over de waardering van kennis, wetenschap en publieke informatievoorziening. Juist daarom is het belangrijk om leerlingen expliciet te leren hoe ze complexe teksten begrijpen, beoordelen en gebruiken."

Het beeld is breder dan de krantenkoppen

De aandacht gaat nu vooral uit naar de leesresultaten, maar volgens Savelsbergh verdient ook de rest van het PISA-rapport aandacht. "Wat enigszins ondersneeuwt, is dat Nederlandse leerlingen op wiskunde, rekenen en wetenschappelijke geletterdheid nog steeds relatief goed presteren. Op wiskunde staat Nederland wereldwijd zelfs in de bovenste regionen."

Dat maakt het beeld volgens hem genuanceerder dan soms wordt geschetst. "Als je alleen naar de leescijfers kijkt, lijkt het alsof alles achteruitgaat. Dat is dus niet het geval. In de resultaten rond wetenschappelijke geletterdheid ziet Savelsbergh bovendien interessante aanknopingspunten. “Nederlandse leerlingen scoren gemiddeld op het nieuwe onderdeel kennis van milieuwetenschappen, maar ze schatten hun eigen kennis over milieuvraagstukken laag in en op de vraag welke mogelijkheden ze zien om bij te dragen aan de oplossing van milieuproblemen scoren ze het laagst van alle deelnemende landen.”

Leesbegrip als basis voor alle vakken

Volgens Breukink blijft goed leesbegrip wel een voorwaarde voor succes in vrijwel alle schoolvakken. "Of het nu gaat om geschiedenis, natuurkunde of wiskunde: leerlingen moeten teksten, opdrachten, schema's en bronnen kunnen begrijpen. Leesbegrip is geen vaardigheid die alleen bij Nederlands hoort."

Binnen de HU werken onderzoekers en docenten nauw samen aan onderzoek naar leesprocessen en onderwijsinnovatie. Daarbij onderzoeken zij onder meer hoe leerlingen en studenten complexe teksten beter kunnen leren begrijpen en hoe toekomstige leraren hen daarin kunnen begeleiden. Daarnaast ontwikkelt de HU aanpakken voor taalgericht vakonderwijs. “Er is veel onderzoek dat laat zien dat leesvaardigheid en kennis van de inhoud zich hand in hand ontwikkelen en dat het in Nederland gangbare begrijpend leesonderwijs daar onvoldoende op inspeelt: leesonderwijs moet inhoudsrijk zijn en ook bij de zaakvakken moet er meer aandacht zijn voor goed lezen. Iedere docent is in zekere zin ook een taaldocent", zegt Savelsbergh. "Want taal en begrip spelen een rol in elk vak."

Voor Breukink is dat precies de opgave voor de komende jaren. "PISA maakt de urgentie zichtbaar, maar geeft nog geen volledige diagnose. Als we echt verschil willen maken, moeten we beter begrijpen hoe leesbegrip ontstaat en hoe we leerlingen daarin kunnen ondersteunen. Dat vraagt om onderzoek, samenwerking met scholen en goed opgeleide leraren. Het is werk van de lange adem.”

HU-nieuwsbrief, blijf op de hoogte

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks het belangrijkste nieuws over ons onderwijs, onderzoek en onze impact op de regio.

Meld je aan

Deel dit artikel

Gerelateerde expertise