Multidisciplinair team nodig voor zinvolle omgevingsveranderingen in gehandicaptenzorg

Gehandicaptenzorg

Om met omgevingsfactoren de kwaliteit van leven van mensen met een verstandelijke beperking te vergroten, is een multidisciplinair team nodig bestaande uit diverse therapeuten, psychologen, vastgoedmanagers en gebouwbeheerders. Dat concluderen HU-onderzoekers van het lectoraat Technologie voor Zorginnovaties en ervaringsdeskundigen van zorggroep ’s Heeren Loo op basis van een scoping review en expertpanels. De onderzoekers maken een onderscheid tussen gebouw- en interventiegerelateerde factoren, maar benadrukken dat er meer onderzoek nodig is om evidence based te kunnen werken.

“De fysieke leefomgeving heeft invloed op je gezondheid, gedrag en participatie”, legt Emelieke Huisman uit. Omdat mensen met een verstandelijke beperking last kunnen hebben van vertraagde sensorische informatieverwerking, is de invloed van negatieve omgevingsfactoren voor hen soms nog een stuk groter. Lawaai en plotselinge harde geluiden kunnen ze bijvoorbeeld niet altijd snel en goed plaatsen en dat roept stress of ander moeilijk verstaanbaar gedrag op. Bovendien kunnen ze die gevoelens door hun beperking vaak niet of niet goed genoeg uiten. Zo kunnen omgevingsfactoren de kwaliteit van leven van deze groep mensen aanzienlijk beïnvloeden.”

“Om de kwaliteit van leven te vergroten, is een multidisciplinair team nodig. Gedragstherapeuten, ergotherapeuten, SI-therapeuten, psychologen, beleidsmakers, vastgoedmanagers en gebouwbeheerders moeten zich gezamenlijk buigen over de vraag hoe je een gebouw het best kunt inrichten en met welke omgevingsfactoren je rekening moet houden. Ook expertise buiten zorginstellingen, zoals van fysisch experts van technische universiteiten, kan nuttig zijn voor besluitvorming.”

"Om de kwaliteit van leven te vergroten, is een multidisciplinair team nodig"

Gebouw- en interventiegerelateerd

“In ons onderzoek maken we een onderscheid tussen gebouwgerelateerde en interventiegerelateerde veranderingen”, licht Chantal Huisman toe. Gebouwgerelateerde veranderingen gaan over inrichting, verlichting en lichtinval, kleurgebruik, omgevingsgeluid en de temperatuur. Een passende lichtomgeving kan bijvoorbeeld voorkomen dat er angst, agressie of een slaapstoornis ontstaat. Dat zorgt ook voor minder zorgbelasting bij behandelaren.”

“Voorbeelden van interventiegerelateerde omgevingsveranderingen zijn muziektherapie en het bekende snoezelen, waarbij zintuigen zoals gehoor, zicht, reuk, tast en smaak positieve sensorische prikkels krijgen. Deze interventies richten zich op het behandelen van moeilijk verstaanbaar gedrag van het individu binnen de groep.”

"Voor one-size-fits-all is deze populatie veel te divers"

Geen one-size-fits-all maar maatwerk

“Uit de expertpanels blijkt dat er in de praktijk al flink mee wordt geëxperimenteerd, maar wetenschappelijk bewijs voor het effect van omgevingsveranderingen is nog erg dun. Omdat het in zorginstellingen blijft bij subjectieve metingen is het niet duidelijk wat al die verschillende veranderingen voor effect hebben. Daarvoor moeten we bestaande kennis beter bundelen en kritisch kijken naar de samenhang en programmering van onderzoeksprojecten.”

“Een belangrijke kanttekening is dat one-size-fits-all oplossingen niet altijd mogelijk zullen zijn”, vult Emelieke aan. “Daarvoor is de populatie veel te divers. Veranderingen kunnen bijvoorbeeld verschillende effecten hebben op mensen met een verstandelijke beperking en autisme tegenover mensen die ook een lichamelijke beperking hebben. Zorg aan deze groep blijft dus altijd maatwerk, waarbij de kwaliteit van leven het uitgangspunt is. Dat betekent dat we niet klakkeloos veranderingen moeten doorvoeren, zoals het hufterproof inrichten van kamers als er sprake is van moeilijk verstaanbaar gedrag, maar evidence based beslissingen nemen die de kwaliteit van leven vergoten.”

-

De onderzoekers presenteerden samen met Ipse de Bruggen en Vilans hun resultaten tijdens een online bijeenkomst. Geïnteresseerden kunnen die bijeenkomst terugkijken via deze link.

Ook lector Helianthe Kort en senior-onderzoeker Sigrid Mueller-Schotte zijn bij het onderzoek betrokken geweest. Het project is verder mede mogelijk gemaakt door ZonMw, de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie.

Deel dit artikel