Mobiele technologie helpt COPD-patiënten ziekte te controleren

Mobiele technologie (mHealth)

Mobiele technologie kan patiënten met COPD helpen goed om te gaan met tijdelijke verergeringen van hun aandoening. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Yvonne Korpershoek, onderzoeker bij het lectoraat Chronisch Zieken. Patiënten met COPD kampen met plotselinge en tijdelijke verergeringen van hun aandoening, ook wel exacerbaties of longaanvallen genoemd. Door klachten vroegtijdig te herkennen en daar iets mee te doen, kunnen patiënten de negatieve impact van deze aanvallen verminderen. Korpershoek onderzocht hoe deze vorm van zelfmanagement kan worden bevorderd en welke rol mobiele technologie daarin kan vervullen. Op basis van haar onderzoek ontwikkelde ze een mHealth-interventie voor patiënten met COPD, genaamd Copiloot. Donderdag 4 maart verdedigt ze haar proefschrift bij de Universiteit Utrecht.

De chronische longziekte COPD is wereldwijd een van de meest voorkomende chronische ziektes en de op vier na grootste oorzaak van overlijden. Patiënten kampen met plotselinge en tijdelijke verergering van klachten zoals benauwdheid, hoesten en last van slijm. Deze longaanvallen of exacerbaties versnellen de achteruitgang in longfunctie, hebben een negatieve invloed op de kwaliteit van leven, leiden tot hoge zorgkosten en vergroten bovendien de kans op overlijden.

Yvonne Korpershoek“Om de negatieve impact van de aanvallen te beperken, is het belangrijk dat patiënten ze vroegtijdig herkennen en dat ze weten wat ze ertegen kunnen doen”, licht Korpershoek toe. “Denk bijvoorbeeld aan het ophogen van medicatie en tijdig contact opnemen met de juiste zorgverlener, maar ook aan omgaan met fysieke en psychosociale gevolgen van een periode met veel klachten. Uit één van mijn onderzoeken onder 290 patiënten blijkt echter dat slechts 15 procent over de juiste de kennis en vaardigheden en over voldoende vertrouwen beschikt om de aandoening goed te kunnen managen.”

Dynamisch en gepersonaliseerd

In haar onderzoek komt Korpershoek tot verschillende factoren die zelfmanagementgedrag van mensen met COPD kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn: acceptatie van de ziekte, kennis over exacerbaties, sociale steun, gevoelens van angst en eigen overtuigingen. Daarnaast is een set van 17 specifieke zelfmanagementgedragingen in kaart gebracht die belangrijk zijn om de impact van exacerbaties te verminderen. Voorbeelden daarvan zijn: vroegtijdige herkenning van schommelingen in symptomen, tijdig contact opnemen met een zorgverlener om behandeling te starten, voldoende lichaamsbeweging, vermijden van prikkels en omgaan met stress en angst.

"Slechts 15 procent beschikt over de juiste de kennis en vaardigheden en over voldoende vertrouwen om de aandoening goed te kunnen managen"

“Ondersteuning in zelfmanagement zou dynamisch en gepersonaliseerd moeten worden aangeboden”, concludeert Korpershoek. “Dat wil zeggen dat de persoonlijke situatie van de patiënt op al die factoren het uitgangspunt vormt en dat voor, tijdens én na een periode van verslechtering de juiste gedragingen de juiste aandacht krijgen. Tezamen vormen deze inzichten bruikbare input om ondersteuning in zelfmanagement doelgericht en meer op maat vorm te kunnen geven.”

Mobiele technologie ter ondersteuning

Uit het onderzoek blijkt ook dat mobiele technologie (mHealth) kan helpen in het bevorderen van zelfmanagement, door patiënten inzicht te bieden in wat voor hen normale klachten zijn en wanneer er sprake is van verergering. Op basis daarvan kan mHealth ondersteuning bieden bij het nemen van beslissingen over welke acties het meest geschikt zijn.

"De Copiloot app helpt mensen met COPD om vroegtijdig een longaanval te herkennen en op het juiste moment de juiste acties te ondernemen"

“Mobiele technologie kan daarmee een goede aanvulling zijn op reguliere zorg en ondersteuning bij zelfmanagement”, licht Korpershoek toe. “Zorgverleners hebben een belangrijke rol in het verstrekken, personaliseren en evalueren van informatie uit een mHealth-interventie voor zelfmanagement. Aan de hand van die informatie én feedback op zelfmanagementgedrag leren patiënten na verloop van tijd zelf de juiste vaardigheden aan.”

Op basis van haar bevindingen ontwikkelde Korpershoek in samenwerking met patiënten, zorgverleners, ontwerpers, softwareontwikkelaars en gedragswetenschappers de Copiloot app. De Copiloot app helpt mensen met COPD om vroegtijdig een longaanval te herkennen en op het juiste moment de juiste acties te ondernemen. Een eerste haalbaarheidsstudie toont aan dat de app kan worden gebruikt in de dagelijkse praktijk van zorgverleners en dat het personaliseren en evalueren van de app het beste past bij de werkzaamheden van verpleegkundigen. 

Het is de bedoeling de app verder te ontwikkelen en het gebruik door een groep patiënten over een langere periode te evalueren. Het gebruikersgerichte ontwerp- en ontwikkelproces waarmee de app tot stand is gekomen, kan worden gebruikt als leidraad voor de ontwikkeling van andere toekomstige mHealth-interventies.

-

Korpershoek blijft als onderzoeker verbonden aan het lectoraat Chronisch Zieken en als docent aan de opleiding Verpleegkunde. Haar promotieonderzoek sluit naadloos aan bij de onderzoekslijn van het lectoraat die gaat over vroegsignalering en preventie van functieverlies. Een belangrijke pijler daarin is het (met behulp van technologie) bevorderen van zelfmanagement van cliënten en competenties van professionals om daarbij ondersteuning te bieden. Ook sluit het nauw aan bij het onderwijs in de opleiding Verpleegkunde, waar veel aandacht is voor de rol van de zorgverlener in het bevorderen van zelfmanagement.

-

Het promotieteam van Korpershoek bestaat uit: prof. dr. Lisette Schoonhoven, prof. dr. Marieke Schuurmans en dr. Jaap Trappenburg van de leerstoel Verplegingswetenschap aan de Universiteit Utrecht.

Deel dit artikel