Kan groepseducatie zelfmanagement van diabetespati├źnten helpen verbeteren?

Het aantal patiënten met diabetes type 2 (DM2) neemt al jaren toe. Voor de eerstelijnszorg wordt het steeds moeilijker om deze patiënten de intensieve begeleiding te geven die ze nu nog krijgen. Daarom zijn alternatieve vormen van ondersteuning en behandeling nodig. Esther du Pon onderzocht of groepseducatie het zelfmanagement van DM2-patiënten kan helpen verbeteren en of het de drempel verlaagt een online zorgplatform te gaan gebruiken.

Diabetes type 2 (DM2) is een chronische, progressieve aandoening die wordt gekenmerkt door verhoogde niveaus van bloedglucose. Genetische aanleg speelt een rol maar er zijn ook risicofactoren waar mensen zelf invloed op hebben, zoals overgewicht, lichamelijke inactiviteit en slechte voedingsgewoonten. Mensen met DM2 worden voornamelijk behandeld in de eerstelijnszorg, door huisartsen en praktijkondersteuners. Behandeling bestaat uit werken aan een gezonde leefstijl, met veel beweging en een uitgebalanceerd dieet, vaak aangevuld met bloedglucose-verlagende medicijnen. Zo’n gedragsverandering lijkt de grootste uitdaging voor patiënten. Maar: “Mensen met DM2 ervaren vooral in het eerste stadium vrijwel geen ziektelast, dat kan het moeilijk maken om het nut van de medicijnen in te zien. Bovendien komt DM2 vaak voor bij oudere mensen die – al dan niet door de diabetes – meerdere aandoeningen hebben waarvoor ze óók medicijnen moeten innemen. Ook het medicijngebruik vinden veel patiënten dan ook moeilijk om consequent vol te houden”, vertelt Esther du Pon.

Vervolg ontbreekt

Voor haar promotieonderzoek keek zij naar de effecten van groepseducatie op het zelfmanagement van DM2-patiënten, en dan specifiek naar het effect van het PRoactive Interdisciplinary Self-MAnagement (PRISMA) programma. Tijdens PRISMA worden patiënten gestimuleerd om een specifiek doel van gedragsverandering te kiezen en hieraan te werken. “Beter medicatiegebruik was dus één van deze doelen. De meeste van de tweehonderd patiënten die ik heb onderzocht, kozen echter ‘betere voeding’ als doel.” Helaas heeft Du Pon moeten vaststellen dat PRISMA het zelfmanagement van de onderzochte patiënten niet significant vergrootte. Maar concluderen dat groepseducatie voor DM2-patiënten geen nut heeft, is een stap te ver. “Ik heb tijdens mijn onderzoek diverse aanknopingspunten gezien voor verbetering. Zo is het enthousiasme van patiënten bij aanvang zeer groot; ze gaan trouw met hun doelen aan de slag. Gedragsverandering kost echter veel tijd en PRISMA is een programma van slechts twee keer 3,5 uur. Vervolg ontbrak ten tijde van het onderzoek. Het zou het zeker waard zijn te kijken wat er gebeurt als deelnemers aan zo’n educatieprogramma elkaar om de paar maanden blijven ontmoeten. Het groepsgevoel werd namelijk als positief ervaren. En herhaling is belangrijk als je blijvende gedragsverandering wil bewerkstelligen.” Inmiddels is PRISMA vernieuwd en worden er na de PRISMA-cursus (lokale) acties aangeboden om gedrag te veranderen, zoals een cursus stoppen met roken, gesprekken met diëtisten en deelname aan wandel- en sportverenigingen.

eHealth

Het zelfmanagement van patiënten kan ook worden ondersteund met behulp van eHealth-applicaties. Zoals het Nederlandse online zorgplatform e-Vita, ontwikkeld voor DM2-patiënten. “In mijn onderzoek bekeek ik dit als iets dat in het verlengde ligt van groepseducatie”, stelt Du Pon. “PRISMA zou de motivatie van patiënten kunnen vergroten om hun gedrag te veranderen – en om daarvoor een online zorgplatform te gaan gebruiken. Ze moeten dan wel eerst leren het nut van dergelijke applicaties in te zien en ze moeten leren deze te gebruiken. Als je ze simpelweg inlog-gegevens toestuurt, gebeurt er weinig. Het gaat hier over een oudere gebruikersgroep waarvoor de drempel naar elektronische oplossingen nog relatief hoog is.”

Genoeg kansen

Er liggen dus genoeg kansen voor (groeps)educatie aan DM2-patiënten, zowel voor het bewerkstelligen van gedragsverandering als voor het helpen implementeren van eHealth-oplossingen. “In de toekomst is het belangrijk om het huidige kwaliteitsniveau van de diabeteszorg hoog te houden of te verbeteren met minder intensieve zorg uit de huisartsenpraktijk. Maar ook als de kwaliteit van de diabeteszorg hetzelfde blijft kunnen we dat als winst beschouwen.’’


Deel dit artikel