Hoe leer je de ruimtelijke elementen van gebarentaal?

Dat gebarentolken topsport bedrijven, werd tijdens de corona-persconferenties goed duidelijk. Dat ook het leren van de Nederlandse gebarentaal (NGT) uitdagend is, laat onderzoeker Eveline Boers-Visker zien in haar proefschrift over het gebruik van ruimtelijke elementen in het leerproces. 

De zogenoemde (gebaren)ruimte wordt gebruikt om grammaticale en ruimtelijke relaties uit te drukken, bijvoorbeeld hoe personen zich tot elkaar verhouden en vanuit welk perspectief iets verteld wordt. Studenten gebarentaal snappen vaak goed hoe ze deze ruimte kunnen gebruiken, maar hebben tijd nodig om alle kennis te integreren en goed te leren gebruiken, is een van Boers-Viskers conclusies. Haar advies aan NGT-docenten: “Heb wat meer compassie voor de student.”

"Mijn onderzoek laat zien dat studenten heel goed snappen hoe ze de gebarenruimte kunnen gebruiken, maar tijd nodig hebben om alles te integreren."

Eveline Boers-Visker

Gebarenruimte in complexe contexten

Eén van de dingen die Boers-Visker ontdekte, is dat sommige elementen snel worden opgepikt, vooral als ze overeenkomsten vertonen met gebaren en expressies die sommige mensen maken tijdens het spreken. “In een later stadium komen studenten in de knoop als ze die elementen moeten toepassen in ingewikkeldere contexten”, vertelt Boers-Visker. In gebarentalen wordt regelmatig een situatie geschetst vanuit het perspectief van een of meerdere sprekers en karakters. Daarbij is vaak sprake van een snelle wisseling tussen karakters en perspectieven. Op het moment dat de ruimtelijke elementen in een dergelijke context moeten worden toepast, gaan de studenten fouten maken of vallen terug op constructies die ze kennen uit het gesproken Nederlands. Daarbij is het voor studenten heel moeilijk om te bepalen wannéér wélk perspectief ze moeten toepassen, waardoor ze deze gaan mixen.

Gesproken taal versus gebarentaal

Het gebruik van de (gebaren)ruimte is een belangrijk element van gebarentaal en wordt gebruikt om grammaticale en ruimtelijke relaties uit te drukken. Zo kunnen gebaren tussen of op specifieke locaties in de gebarenruimte aangeven ‘wie iets doet tegen wie’ (bijvoorbeeld: wie stelt een vraag aan wie), waarnaartoe of waarvandaan iets of iemand beweegt, of waar personen of voorwerpen zich ten opzichte van elkaar bevinden. In alle talen komen elementen voor om relaties uit te drukken, denk aan een voorzetsel (de man staat naast de vrouw) of de woordvolgorde (het kind stelt de juf een vraag). Sommige elementen komen in beide taalvormen voor en sommigen alleen in gesproken of gebarentaal. 

NGT-docenten: heb compassie

“Heb iets meer compassie met studenten die gebarentaal leren en geef ze een beetje tijd”, adviseert Eveline Boers-Visker NGT-docenten. Het wordt hen vaak kwalijk genomen dat ze zich vasthouden aan het Nederlands. Maar het is logisch dat als je een nieuwe taal leert, je op zoek gaat naar herkenbare overeenkomsten met je moedertaal. Dat is onderdeel van het leerproces. Studenten hebben niet zoveel herkenningspunten en degenen die ze hebben, gebruiken ze. “Dat herken ik ook aan mijn eigen leerproces in gebarentaal: ik was alle gebaren aan het opschrijven”, blikt Eveline terug. “Maar dan ben je nog steeds een gebaar aan het vertalen naar een woord. En dat kan eigenlijk niet, want er zijn ook veel elementen waar helemaal geen woord voor is. Mijn onderzoek laat zien dat zij heel goed snappen hoe ze de ruimte kunnen gebruiken, maar tijd nodig hebben om alles te integreren: de elementen zelf, de verschillende perspectieven van waaruit de een situatie kunnen omschrijven en de ‘regels’ die bepalen wanneer je welk perspectief kunt toepassen.”

Eveline Boers-Visker geeft in NGT een samenvatting van haar conclusies. Zie ook: thesisevelineboers.blogspot.com.   

Over het onderzoek

Gebarentalen zijn visueel-manuele talen die, anders dan gesproken talen, worden geproduceerd door middel van de handen, lichaamsbewegingen en gezichtsuitdrukkingen. Voor haar onderzoek volgde Eveline Boers-Visker studenten van de vierjarige bacheloropleidingen ‘Tolk NGT’ en ‘Docent NGT’, en de tweejarige associate degree ‘Schrijftolk van de HU’. Nog niet eerder werd dit aspect van NGT-taalverwerving onderzocht bij een grotere groep studenten die voor langere tijd gevolgd werd.

Over Eveline Boers-Visker

Eveline is sinds 2001 werkzaam als docent bij het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies. In 2008 studeerde zij cum laude af aan de masteropleiding Leraar Nederlandse Gebarentaal. Op 19 juni '20 promoveerde ze aan de Universiteit van Amsterdam, onder begeleiding van Prof. Dr. Beppie van den Bogaerde (UvA/HU), Prof. Dr. Rick de Graaff (UU) en dr. Roland Pfau (UvA). 

Bekijk het proefschift

Deel dit artikel