De impact van COVID-19 op gezinnen: dezelfde storm, niet hetzelfde schuitje

De coronatijd confronteert gezinnen met nieuwe uitdagingen; de sociale omgeving en fysieke leefruimte zijn vaak beperkter en gezinnen zijn noodgedwongen meer op zichzelf aangewezen. Het lectoraat Jeugd van Hogeschool Utrecht onderzocht hoe gezinnen de inbreuk op hun normale leefomstandigheden ervaren. “Ik had en heb voortdurend het gevoel dat ik tekortschiet, op alle fronten”, aldus een van de ouders uit het onderzoek.

Ruim tweeduizend ouders en grootouders zijn tijdens de eerste lockdown en in de periode van de versoepelingen erna via een online enquête gevraagd naar de combinatie van werk en gezin, het gezinsfunctioneren en de relatie met (klein)kinderen. De uitdagingen voor gezinnen zijn heel verschillend maar hebben één gemene deler: iedereen is meer op zichzelf teruggeworpen. Waar de meeste gezinnen een nieuwe balans vinden en soms zelfs opbloeien door extra gezinstijd en het wegvallen van prikkels, zijn voor andere gezinnen de zorgen en uitdagingen groter. Dit geldt vooral voor alleenstaande ouders en gezinnen met een gezinslid met specifieke ondersteuningsbehoeften. 

"Het continu schakelen tussen de rollen van moeder, partner, lerares en werknemer is dodelijk vermoeiend. "

Schoolsluiting drijft combinatie werk en gezin op de spits

Veel ouders, vooral met kinderen in het basisonderwijs, ervaren 'combinatiestress’ doordat werk- en gezinstaken door elkaar lopen. Vooral tijdens de periode van thuisonderwijs hadden ze het gevoel hun kinderen tekort te doen, konden ze zich op hun thuiswerkplek minder goed concentreren en waren ze minder productief. Maar thuiswerken onder ‘normale’ omstandigheden wordt positief gewaardeerd. Veel ouders hopen dan ook dat (gedeeltelijk) thuiswerken na coronatijd mogelijk blijft. Ondersteuning bij het inrichten van een ergonomische thuiswerkplek en betrokkenheid en flexibiliteit van de werkgever zijn hierbij voor hen belangrijke randvoorwaarden.

Gezinsfunctioneren onder druk

Gezinnen zijn noodgedwongen teruggeworpen op hun eigen 'gezinsbubbel', vertelt betrokken onderzoeker Marije Kesselring. “De resultaten van de enquête duiden op aanpassingsvermogen en gewenning, maar laten ook verontrustende signalen zien.” Zo vinden veel ouders vinden het ouderschap lastiger en is er meer ruzie. Ook maken ouders zich zorgen over de korte- en langetermijngevolgen van het virus en de maatregelen. Bijvoorbeeld ten aanzien van besmettingsgevaar of financiën. Maar ook bredere, maatschappelijke zorgen over bijvoorbeeld de economische impact van de crisis of het uitstellen van reguliere zorg.  Bovendien ervaren veel ouders ook een gevoel van uitzichtloosheid door gemis van perspectief en (praktische) steun.

"Naarmate de tijd verstrijkt, is de gezelligheid onderling ver te zoeken en kun je de hele dag politieagentje spelen."

Fysieke scheiding tussen generaties voelt als groot gemis

De meerderheid van de ruim driehonderd ondervraagde grootouders ervaart een negatieve impact van de coronatijd op de relatie met hun kleinkind(eren). “Ze missen vooral het fysieke samenzijn, zoals knuffelen, een vaste oppasdag en het gezamenlijk vieren van verjaardagen”, vertelt onderzoeker Anna van Spanje-Hennes. Moderne communicatiemiddelen blijken geen volwaardig alternatief. “Skypen is een troost maar wel een schrale”, aldus een van de grootouders uit het onderzoek. De minderheid van de (groot)ouders vindt dat deze tijd de onderlinge band verdiept. Contact op afstand maakt ook creatief. Grootouders geven bijvoorbeeld aan dat ze hun kleinkinderen digitaal muziekles geven, voorlezen of helpen met schoolwerk.    

Ondersteuning van gezinnen

Ondanks alle uitdagingen is het beeld dus niet alleen somber, concluderen de onderzoekers. “Het virus toont ook de weerbaarheid van de samenleving en mobiliseert onderlinge steun, dat is mooi om te zien”, aldus Van Spanje-Hennes en Kesselring. Toekomstige professionals die gezinnen ondersteunen zouden (nog) meer toegerust moeten worden in het faciliteren van laagdrempelige steun. Opleidingen zouden daar meer aandacht aan kunnen besteden, vinden de onderzoekers. Tot slot is het volgens de onderzoekers belangrijk om als professional in contact te blijven met gezinnen om te voorkomen dat spanningen verergeren. De nabije toekomst is zowel hoopvol als onzeker, stellen ze. “Juist die onzekerheid is reden om de veerkracht van gezinnen te blijven ondersteunen. Net als het onder controle krijgen van het virus, is ook dat een gezamenlijke verantwoordelijkheid.”

Over het onderzoek

Het onderzoek is gehouden onder 2092 respondenten, waarvan 1789 ouders en 303 grootouders. 89% is vrouw, 73% woont met partner en kind(eren), 26% zijn 'zorgende gezinnen' (gezinnen met een gezinslid met specifieke behoeften, zoals autisme spectrum stoornis, AD(H)D of chronische ziekte) en 43,4% is hbo-, 35,6% universitair- en 14,2% mbo-opgeleid. Doordat de vragenlijst niet gericht is verspreid, was er geen controle over representativiteit. Zo zijn bijvoorbeeld mannen ondervertegenwoordigd in dit onderzoek. Meer informatie over de steekproef is te lezen in het rapport.

Deel dit artikel