‘Catastroferen’ voorspelt uitval in de chronische-pijnrevalidatie

catastroferen

Waarom stoppen patiënten met interdisciplinaire revalidatieprogramma’s voor chronische pijnklachten? Die vraag stelden revalidatiecentra Heliomare en De Hoogstraat aan het lectoraat Leefstijl & Gezondheid van Hogeschool Utrecht. Onderzoeker Janke Oosterhaven bevroeg zorgverleners en patiënten en ontdekte een aantal voorspellende factoren die aangrijpingspunten bieden om de uitval te verminderen. Op 6 maart promoveerde zij op dit onderzoek.

“Uitval uit een revalidatieprogramma is heel frustrerend voor alle betrokkenen”, zegt Janke Oosterhaven. “Zo’n programma is vaak een van de laatste stations voor mensen die nog behandeling willen voor hun chronische pijnklachten. Als het programma niet lijkt aan te slaan, is er weinig perspectief meer over.” Maar ook voor zorgverleners is uitval frustrerend. “Revalidatieprogramma’s zijn interdisciplinair. Onder andere fysiotherapeuten, revalidatieartsen, maatschappelijk werkers en ergotherapeuten brengen hun expertise in om samen de patiënt te ondersteunen. Zij zetten vooral in op educatie: het doel van het revalidatieprogramma is om patiënten op een andere manier naar pijn te laten kijken en te leren er anders mee om te gaan. Het is een klap wanneer zo’n vereende inspanning faalt en de patiënt uitvalt.”

Expertises

Oosterhaven werkte voorheen als fysiotherapeut, met name in de revalidatiezorg voor ouderen, en is verbonden aan het lectoraat Leefstijl & Gezondheid en aan de opleiding Fysiotherapie van Hogeschool Utrecht. “De vraag van Heliomare en De Hoogstraat sprak me aan vanwege het interdisciplinaire karakter van de revalidatieprogramma’s. Met meerdere expertises kun je patiënten veel beter helpen.” Oosterhaven deelde de vraag op in twee deelvragen: welke factoren voorspellen uitval? Welke perspectieven houden patiënten erop na over hun pijn, over educatie en over de revalidatiebehandeling? 

Opvallend

De eerste vraag benaderde Oosterhaven met kwantitatief onderzoek. “Uit een literatuurstudie kwam naar voren dat een hoge pijnintensiteit, het ervaren van veel beperkingen door de pijn en een jonge leeftijd voorspellers zijn van uitval”, zegt Oosterhaven. “We volgden patiënten ook gedurende hun deelname aan het programma en zochten naar voorspellers van uitval. Een opvallende factor die daaruit naar voren kwam, is het catastroferen van pijnklachten: als mensen zich heel veel zorgen maken over de pijn, dan vergroot dat de kans dat ze uitvallen”.

Onzekerheid

Om missende puzzelstukjes in de pijnrevalidatie te vinden, zocht Oosterhaven het gesprek met zorgprofessionals, en vooral met patiënten die zich opgaven voor een revalidatieprogramma. Dit kwalitatieve onderzoek was het tweede deel van het promotieproject. De interviews werken het beeld verder uit dat is ontstaan vanuit kwantitatief onderzoek, aldus Oosterhaven: “Onzekerheid is voor veel patiënten een belangrijk thema. Ze lopen vaak al lang rond met hun klachten waarvoor geen duidelijke fysieke oorzaak is aan te wijzen. Mettertijd en met elk nieuw behandeltraject neemt de onzekerheid alleen maar toe.”

Leerstijl

Patiënten hebben grote behoefte aan informatie. De revalidatieprogramma’s op hun beurt zijn gericht op informatieoverdracht. Dat lijkt op elkaar aan te sluiten. Waar gaat het dan mis? “Mensen die we spraken over de pijneducatie die ze hebben ontvangen, konden vaak weinig terug vertellen over wat was aangeboden. Wat behandelaars belangrijk vinden om te vertellen, komt dus voor een groot deel niet over.” Daar liggen wat Oosterhaven betreft dan ook kansen voor het verminderen van uitval. “Er moet meer aandacht komen voor de expertise van de patiënt zelf, voor wat de patiënt heeft ervaren en geleerd in voorgaande behandelingen. Je moet dat expliciet uitvragen en er vervolgens bij aansluiten. Ook is het zaak om de leerstijl van de patiënt te onderzoeken en ook daarbij aan te sluiten. De huidige behandelprogramma’s zijn erg cognitief ingericht. We vermoeden dat dat niet bij iedereen past: veel mensen leren beter door te doen en te ervaren dan via cognitieve informatieoverdracht. Daar moet nader onderzoek naar gedaan worden.”

Gezondheidsvaardigheden

Zelf wil Oosterhaven zich de komende tijd toeleggen op onderzoek en onderwijs rond gezondheidsvaardigheden: het vermogen van mensen om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen, te beoordelen en te gebruiken. “Dat is een relatief onbekend begrip in de revalidatie en ook binnen de fysiotherapie, maar aansluiten bij de beleving van mensen met lage gezondheidsvaardigheden is van groot belang om deze groep succesvol te behandelen. Het lectoraat leefstijl en gezondheid werkt samen met vier lectoraten van vier hogescholen aan een RAAK MKB-subsidieaanvraag om de kennis die onder andere is opgedaan in mijn promotieonderzoek naar de fysiotherapiepraktijk te brengen. Ook werk ik met collega’s aan een Europese subsidieaanvraag voor een onderwijsproject rond gezondheidsvaardigheden.”
 
Janke Oosterhaven promoveerde 6 maart om 14:00 uur aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Dropout in Chronic Pain Management. Promotor is prof. dr. W.L.J.M. Devillé. Copromotor is dr. Harriët Wittink, lector Leefstijl & Gezondheid aan Hogeschool Utrecht.


Deel dit artikel