'Actie nodig tegen verborgen dak- en thuisloosheid bij jongeren'

Utrecht is op 21 november het decor van een grootschalig woonprotest. Demonstranten eisen dat de overheid maatregelen neemt voor meer betaalbare woningen en woonzekerheid . Een recht dat is verankerd in onze mensenrechten: elke mens heeft fundamenteel recht op een geschikte woning in een geschikte woonomgeving als basis voor een volwaardig leven. Toch is er een belangrijke groep die zich niet in protesten laat horen, zegt lector Lia van Doorn: de dak- en thuislozen in ons land. Met name de stijging van het aantal dakloze jongeren is zorgelijk, blijkt uit een onlangs gepubliceerd onderzoek van haar lectoraat. 

Het aantal dak- en thuislozen in de leeftijd tot 30 jaar is gedurende de afgelopen 10 jaar verdrievoudigd tot ruim 12.000. Het betreft veelal jongvolwassenen die psychisch kwetsbaar zijn, met verslavingsproblematiek kampen of een verstandelijke beperking hebben. Ze kunnen niet meer terugvallen op een stabiele thuissituatie of ondersteuning door ouders of verzorgers. We moeten veel meer inzetten op preventie, meer inzicht krijgen in ‘routes naar de straat’ en meer samenwerken, bepleit Van Doorn in het rapport van haar lectoraat Innovatieve Maatschappelijke Dienstverlening.  

Op de bank slapen

Dak- en thuisloosheid bij jongeren en jongvolwassenen is vaak te typeren als ‘verborgen dakloosheid’, vertelt Van Doorn. Het is in eerste instantie niet goed zichtbaar. “Deze jongeren slapen niet in de opvang of buiten maar bijvoorbeeld ‘op de bank’ bij bekenden, of ze vinden tijdelijk onderdak bij kennissen.” Dit biedt zelden een stabiele, langdurige oplossing voor hun huisvestingsprobleem. We moeten daarom een bredere definitie van dakloosheid hanteren en de routes naar de straat beter in kaart brengen, aldus Van Doorn. “Drugsgebruik en schooluitval kunnen een rol spelen, maar van sommige jongeren, bijvoorbeeld met een migratieachtergrond, weten we niet precies wat de verhalen zijn.”

Inzetten op preventie

Van Doorn vervolgt: “Een jonge vrouw uit het onderzoek vertelde dat ze eigenlijk al wist dat ze op een dag op straat zou belanden omdat het tussen haar en haar ouders niet goed ging. Ze uitte haar zorgen wel bij haar coach, maar die kon pas iets doen zodra het daadwerkelijk mis zou gaan. Een beeld dat we helaas vaker terugzien. Jongvolwassenen verlaten vaak hun thuis waarin ze afhankelijk zijn van volwassen ouders of verzorgers, zowel op juridisch, economisch als sociaal vlak. Daarnaast zijn jongeren en jongvolwassenen nog in transitie naar volwassenheid. Ze maken een persoonlijke ontwikkeling door, maar hebben vaak nog niet de benodigde sociale, fysieke, cognitieve en emotionele vaardigheden om al op jonge leeftijd ‘op eigen benen’ te staan en een zelfstandig leven te leiden.” 

"We zullen onze kennis over preventie van dakloosheid bij jongeren en jongvolwassenen moeten vergroten"

Lia van Doorn
Lector Innovatieve Maatschappelijke Dienstverlening

Alle hens aan dek

Het is ‘alle hens aan dek’ volgens Van Doorn. “We zullen onze kennis over preventie van dakloosheid bij jongeren en jongvolwassenen moeten vergroten. Ook zullen we coalities moeten vormen om dit complexe vraagstuk integraal aan te pakken en het aantal jongeren dat dakloos wordt en dreigt te worden terug te dringen.” In een vervolgonderzoek wil het lectoraat onder andere een Canadees preventiemodel toepasbaar maken voor de Nederlandse situatie. “Dat model laat zien dat dakloosheid van jongeren het gevolg is van een complex samenspel van factoren op verschillende vlakken. Zo kunnen we bijdragen aan een betere aanpak en preventie van dakloosheid bij jongeren”, besluit van Doorn. 

Deel dit artikel