Ivo Opstelten: 'Interdisciplinair werken is noodzaak om de energietransitie te laten slagen'

De energietransitie is een complex vraagstuk. Dat kun je niet binnen één discipline oplossen: het is een uitdaging die vraagt om diepgaande samenwerking tussen verschillende vakgebieden, waarbij iedereen van elkaar moet weten én snappen waar de ander mee bezig is. Dat vraagt om ander onderwijs en een andere beroepspraktijk, betoogde Ivo Opstelten in zijn afscheidscollege als lector Nieuwe Energie in de Stad van Hogeschool Utrecht.

“Sinds ik in 2012 aantrad als lector, is er nogal wat veranderd in de maatschappij en in het onderwijs. En dat is maar goed ook. In de tijd dat ik werd gevraagd, werd in het hbo nog erg in silo’s opgeleid: er werden beroepsspecialisten afgeleverd, die helaas vaak waren toegerust met de kennis van gisteren voor de uitdagingen van eergisteren. Om de energietransitie te laten slagen, is dat niet genoeg. We hebben geen energie-experts nodig, maar mensen die snappen dat energie gekoppeld is aan vastgoed, binnenklimaat, installatie, communicatie, economie, gemeentebeleid, financiering, infrastructuur en noem maar op. Al die terreinen moet je interdisciplinair aan elkaar verbinden om te komen tot betere gebouwen. Werkelijke verbetering ontstaat niet wanneer je een specialist naar een ontwerp laat kijken en daarna nog een: zij moeten samen optrekken, van elkaar leren, elkaars belang erkennen.”

Duurzaamheid

“Belangrijk daarbij is om het verschil te zien tussen multidisciplinair en interdisciplinair werken. In een multidisciplinaire aanpak is het perfect mogelijk om volledig langs elkaar heen te blijven werken, elk in zijn eigen silo. Maar daarmee gaan we de energietransitie nooit bolwerken. Interdisciplinair werken betekent dat je je rol ten dienste stelt van een prestatie die voorbijgaat aan je eigen kennisniveau, belang en rol. Voor die interdisciplinaire werkwijze heb ik me als lector ingezet. Een belangrijke reden om voor de HU te kiezen, was de beslissing om duurzaamheid door de hele organisatie tot thema te maken. Dat gaf mij bij aanvang al een vrijbrief om mijn taak breder op te vatten dan de activiteiten die centraal stonden in de toenmalige faculteit Natuur en Techniek en de instituten Gebouwde Omgeving en Engineering & Design. Ik werd niet lector om een onderzoeksprogramma te kunnen leiden, want dat deed ik in vorige functies bij de Energiesprong, TNO en ECN ook al. Wat mij trok, was de mogelijkheid om het onderwijs toe te snijden op het laten slagen van de energietransitie.”

"Wat mij trok, was de mogelijkheid om het onderwijs toe te snijden op het laten slagen van de energietransitie"

One-stop-shop

“Uitgangspunt in het lectoraat was altijd dat interdisciplinair werken leuk moest zijn. Daarom hebben we veel ‘challenge-based’ onderwijs gemaakt. Een van de eerste activiteiten van het lectoraat was het opzetten van een afstudeer-atelier waarin studenten in twee groepen een battle met elkaar aangingen om een one-stop-shop-renovatie naar nul op de meter te ontwerpen. Dat is niet alleen een technisch product, maar omvat ook marketing, communicatie, garantiebepalingen en dienstverlening, alles in één geheel: een pakket dat de consument afneemt om zijn woning energieneutraal te maken. Nu was de combinatie van zo’n groepsbattle en individueel afstuderen niet heel gelukkig, dus daar hebben we van geleerd. Maar het interdisciplinair werken rond de one-stop-shop hebben we later herhaald in een minor, met de Transition Zero-award en een geldprijs als prikkel voor studenten om hun beste beentje voor te zetten.”

Het nieuwe normaal

“Een ander project waar ik trots op ben is de Solar Decathlon, een schitterend traject dat druk op het onderwijs zette om diepgaand challenge-based te werken: een groep studenten uit allerlei uiteenlopende disciplines kreeg de challenge om een duurzaam, herbruikbaar, energieneutraal en ontmantelbaar gebouw te maken en in de markt te zetten. Dat is gelukt, de studenten kregen er zelfs een publieksprijs voor. Dit soort uitdagingen wordt het nieuwe normaal in de beroepspraktijk. Als studenten daar in hun studie al van kunnen proeven, is dat prachtig. Laatst nam een oud-student contact met me op om me te bedanken: zijn werkgever had aangegeven dat die blij was met hem als werknemer, omdat hij al zo veel wist van de nieuwe uitdagingen voor de praktijk van vandaag. Dit was precies het resultaat waar het mij om te doen is geweest. De benadering van het lectoraat heeft dus effect gehad.”

Kennis in huis halen

“In de maatschappij is er een besef van urgentie aan het ontstaan dat de energietransitie noodzaak is. Het Klimaatakkoord ziet er veel daadkrachtiger uit dan het Energieakkoord waar we in 2012 aan werkten: de vrijblijvendheid is eraf. Een positieve ontwikkeling die kansen creëert op het afwenden van de ramp die ons te wachten staat als we de klimaatverandering ongehinderd laten voortgaan. Maar er zijn ook nieuwe uitdagingen. Kennis is daar een van: alle partijen, van gemeenten, financiers en energiebedrijven tot bouwers, installateurs en woningcorporaties moeten zorgen dat ze kennis in huis halen. Kennis van elkaars domein en belangen die wordt verankerd in het eigen bedrijfsproces. De uitdaging om interdisciplinair te werken is alleen maar urgenter geworden.”

Partnerschap

“Aan het eind van mijn aanstelling als lector ben ik tevreden met wat er bereikt is We hebben het onderwijs vernieuwd en interessante events georganiseerd, op nationaal en internationaal niveau. We hebben samenwerkingen gesmeed tussen HU-lectoraten, maar ook tussen hogescholen via het lectorenplatform in het domein Applied Sciences en internationaal via het CARPE-netwerk. We hebben veel studenten laten snuffelen aan nieuwe oplossingen en interdisciplinair werken, wat ze meenemen naar het bedrijfsleven. Ik ben enorm dankbaar voor de organisatie waarin ik heb mogen werken, de omgeving die de HU voor deze thematiek heeft gecreëerd. Bovendien heb ik het getroffen met de mensen met wie ik zeven jaar heb mogen werken. Mijn collega’s belichamen de transitie die de maatschappij als geheel doormaakt. Ik geef het lectoraat met vertrouwen over aan Mieke Oostra, die de juiste persoon is voor deze nieuwe fase, voor de uitdagingen bij ‘het nieuwe normaal’. Als directeur van Stichting Stroomversnelling blijf ik in de buurt: we sluiten binnenkort een partnerschap met het Centre of Expertise Smart Sustainable Cities. We blijven elkaar dus zeker ontmoeten op het pad naar een energieneutrale gebouwde omgeving.”

Deel dit artikel