"Anders kijken naar bewegen, anders werken aan beweegzorg"
Anders leren kijken. Dat is volgens Di-Janne Barten de sleutel tot betere beweegzorg. Tijdens haar openbare les op de U-Move Onderzoeksdag pleitte de lector Innovatie van Beweegzorg voor een bredere blik op functioneren en de rol van fysiotherapeuten. Diezelfde gedachte staat centraal in het boek Tussen Kunst en Kliniek: verhalen over de toekomst van beweegzorg, dat tijdens die dag werd gepresenteerd.
“Beweegzorg richt zich op functioneren”, vertelt Di-Janne Barten. “Op de mogelijkheid om mee te doen in het dagelijks leven: naar school gaan, werken, boodschappen doen, voor iemand zorgen of met vrienden op pad gaan. We komen uit een tijd waarin fysiotherapie vooral werd gezien als een middel om een lichamelijke stoornis op te lossen. Inmiddels weten we dat gezondheid meer omvat. We moeten verder kijken dan het lichaam alleen en oog hebben voor de mens én de omgeving waarin mensen functioneren. De vraag is niet alleen wat er lichamelijk aan de hand is, maar vooral: wat heb jij nodig om zo goed mogelijk te functioneren in jouw omgeving?”
Grote kansen voor de fysiotherapie
De verschuiving van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag biedt volgens Barten grote kansen voor het vakgebied. “De zorg staat onder druk door vergrijzing en personeelstekorten. Tegelijkertijd groeit het besef dat gezondheid niet alleen ontstaat in de behandelkamer. Juist fysiotherapeuten hebben veel expertise in het ondersteunen van functioneren en zelfredzaamheid. Dat zit in het DNA van de beroepsgroep.” Daar ligt volgens haar een belangrijke opdracht voor de toekomst. “We moeten fysiotherapeuten nog meer voorbereiden op een rol waarin zij, vanuit hun eigen identiteit, samenwerken met andere professionals uit zorg en welzijn.”
Samen bewegen
Een van de centrale boodschappen uit haar openbare les is het belang van samenwerking. Daarbij gebruikte Barten het beeld van een dansgroep. “Een goede dans ontstaat niet doordat iedereen hetzelfde doet. Ze ontstaat doordat iedere danser weet wat diens eigen beweging is én begrijpt hoe die zich verhoudt tot de beweging van de ander. Dat geldt ook voor de zorg.”
Volgens haar begint samenwerking met een sterke professionele identiteit. “Je moet weten welke expertise je als fysiotherapeut inbrengt. Juist dan kun je effectief samenwerken met andere zorgprofessionals, het sociaal domein, mantelzorgers en patiënten. Samenwerking is geen doel op zich. Het gaat erom dat mensen beter kunnen functioneren.” Die samenwerking krijgt onder meer vorm binnen U-Move, de gezamenlijke onderzoeksgroep op het gebied van beweegzorg tussen Hogeschool Utrecht en UMC Utrecht.
Van kennis naar verandering
Naast samenwerking benadrukt Barten het belang van implementatie. Volgens haar wordt veel waardevolle kennis ontwikkeld, maar bereikt die nog niet altijd de dagelijkse praktijk. “Een onderzoek afronden voelt als een mijlpaal. Maar dan begint het eigenlijk pas. Werken professionals er ook echt mee? Past het in bestaande werkprocessen? Bereikt het de mensen voor wie het bedoeld is? Dat zijn cruciale vragen.”
Daarom onderzoekt het lectoraat niet alleen óf innovaties werken, maar ook hoe ze hun weg vinden naar de praktijk. “Als we werkelijk verandering willen realiseren, moeten we begrijpen wat werkt, voor wie, waar en waarom.” Volgens Barten vraagt implementatie om minstens zoveel aandacht als innovatie zelf. “We hopen dat professionals iets vanzelf gaan doen als bewezen is dat het werkt. Maar gedrag veranderen is veel ingewikkelder. Dan spelen ook routines, overtuigingen, werkprocessen en financiering een rol.”
"De toekomst van beweegzorg ligt niet ergens op ons te wachten, we maken haar samen, stap voor stap"
Innovatie met oog voor mensen
Nieuwe technologieën spelen een belangrijke rol in de toekomst van de beweegzorg. Tegelijk waarschuwt Barten ervoor technologie nooit als doel op zich te zien. “Bij innovatie denken we snel aan apps, sensoren, data en AI. Maar de eerste vraag moet altijd zijn: welk probleem proberen we op te lossen? Voor wie? En met wie?” Dat geldt ook voor het gebruik van data. “Meer data maken nog geen betere zorg. De kunst is om van meten naar betekenis te komen.”
Ook inclusiviteit is daarbij essentieel. “Mensen verschillen in gezondheidsvaardigheden, digitale vaardigheden, leefomgeving en verwachtingen. Innovaties moeten daarom vanaf het begin samen met gebruikers worden ontwikkeld, ook met de mensen naar wie we in onderzoek en zorgontwikkeling in het verleden niet altijd goed hebben geluisterd. Inclusieve innovatie begint niet bij technologie, maar bij verbinding tussen mensen.”
Samen de beweegzorg van morgen creëren
Voor Barten komt alles uiteindelijk samen in de missie van U-Move: Samen creëren wij de beweegzorg van morgen, voor iedereen. “De toekomst van de beweegzorg ligt niet ergens op ons te wachten. We maken haar samen, stap voor stap. Door onderzoek, onderwijs en praktijk met elkaar te verbinden en samen te werken met professionals én patiënten.”
Die visie komt ook terug in het boek Tussen Kunst en Kliniek: verhalen over de toekomst van beweegzorg van Barten en Thomas Hoogeboom dat tijdens de onderzoeksdag verschijnt. In korte essays en aforismen nodigen de onderzoekers lezers uit om anders naar beweegzorg te kijken. De opbrengsten van de eerste druk gaan naar de maatschappelijke initiatieven van Utrecht Geeft.
Di-Janne Barten is lector Innovatie van Beweegzorg bij het lectoraat Innovatie van Beweegzorg, Kenniscentrum Gezond en Duurzaam Leven van Hogeschool Utrecht. Samen met prof. dr. Thomas Hoogeboom geeft zij leiding aan de gezamenlijke U-Move onderzoeksgroep van Hogeschool Utrecht en UMC Utrecht. De titel van haar openbare les is: Kunst van bewegen.
HU-nieuwsbrief, blijf op de hoogte
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks het belangrijkste nieuws over ons onderwijs, onderzoek en onze impact op de regio.
Meld je aan