Lector Lucas Harms: “Mobiliteit gaat niet over verplaatsen, maar over deelnemen”

Lucas Harms bij de USP tram

Op 8 oktober werd Lucas Harms officieel geïnstalleerd als bijzonder lector Slimme en Duurzame Mobiliteit. Een thema dat veel breder is dan duurzaam van A naar B komen, zo bepleitte hij in zijn openbare les. “Mobiliteit gaat uiteindelijk niet over kilometers, voertuigen of infrastructuur, maar over de mogelijkheden die mensen hebben om mee te doen aan de samenleving.”

“Toen ik ruim tien jaar geleden voor het eerst door Parijs fietste, voelde dat als een vorm van waaghalzerij. Vandaag is het een totaal andere stad, met fietspaden en veel groen”, memoreert Lucas Harms. “Parijs heeft de fiets niet alleen omarmd als vervoermiddel, maar als onderdeel van een veel bredere visie op de toekomst van de stad.” Een visie die hij als lector onderschrijft.

Een heel andere betekenis

De les van Parijs gaat volgens Harms niet over fietsen, maar over hoe mobiliteit, gezondheid, klimaatadaptatie, inclusiviteit en leefbaarheid steeds sterker met elkaar verweven raken. “De centrale vraag verschuift daarmee van mobiliteit naar toegankelijkheid, van verplaatsen naar deelnemen: niet hoe mensen zich verplaatsen staat centraal, maar hoe zij toegang krijgen tot werk, onderwijs, zorg, sociale contacten en andere voorzieningen.”

“Vanuit dat perspectief krijgen veel vertrouwde mobiliteitsvraagstukken een heel andere betekenis. Verkeersveiligheid wordt een vraagstuk van zelfstandigheid. Gezondheid wordt een mobiliteitsvraagstuk. Bereikbaarheid wordt een vraagstuk van inclusiviteit en sociale rechtvaardigheid.”

Utrecht als proeftuin

Juist in de regio Utrecht is deze ontwikkeling volgens Harms goed zichtbaar. “De stad groeit snel. Wonen, bedrijvigheid, mobiliteit, groen, water, energievoorzieningen en recreatie leggen allemaal claims op de beperkte ruimte. De vraag hoe deze verschillende functies ruimtelijk en op duurzame wijze kunnen worden gecombineerd, behoort tot de belangrijkste opgaven van de komende decennia. Juist die combinatie maakt Utrecht tot een interessante proeftuin voor de mobiliteit van de toekomst.”

"Mobiliteit begint bij de reis, niet bij het vervoermiddel"

Samenhangende ontwikkelingen

Die toekomst wordt volgens Harms gevormd door vier samenhangende ontwikkelingen. Allereerst verhoogt verstedelijking de druk op de beschikbare ruimte en daarmee op leefbaarheid en gezondheid. Verduurzaming – de tweede belangrijke ontwikkeling – kan hier wellicht een rol in spelen, evenals digitalisering, dat nieuwe vormen van (online) bereikbaarheid creëert. De vierde ontwikkeling betreft veiligheid: van verkeersveiligheid tot gezondheid en ervaren veiligheid van burgers.

Harms: “Samen vormen deze ontwikkelingen de belangrijkste drijvende krachten achter de verschuiving van mobiliteit als vervoervraagstuk naar mobiliteit als voorwaarde voor maatschappelijke deelname.” Die verschuiving stelt nieuwe eisen aan het beroepsonderwijs. “Toekomstige mobiliteitsprofessionals moeten niet alleen beschikken over technische kennis, maar ook kunnen samenwerken over disciplines heen, oog hebben voor maatschappelijke effecten en kunnen opereren in een internationale context."

De reiziger centraal

De verschuiving stelt ook nieuwe eisen aan het onderzoek, stelt Harms. “Geen enkel lectoraat kan alle aspecten van mobiliteit bestrijken. Daarom kiezen wij niet voor één dominante invalshoek, maar voor vier samenhangende perspectieven.”

Mensen ervaren hun verplaatsingen niet als een verzameling afzonderlijke modaliteiten (auto, ov, fiets, te voet) maar als één samenhangende reis. “Mobiliteit begint bij de reis, niet bij het vervoermiddel. Mensen denken niet in modaliteiten – de auto, de fiets, het ov - maar in bestemmingen. Dit eerste perspectief, intermodaliteit, betekent dat niet het voertuig centraal staat, maar de reiziger.”

Geen doel maar een middel

Een reis is niet alleen een verbinding tussen twee locaties. Hij kan bijdragen aan gezondheid, luchtkwaliteit, aan ontmoeting en leefbaarheid – of niet. Dit perspectief van intersectoraliteit betekent voor het lectoraat dat mobiliteit niet wordt onderzocht als doel op zichzelf, maar als middel om bredere maatschappelijke doelen te realiseren.

Het lectoraat onderhoudt ook een internationaal perspectief. Mobiliteitsuitdagingen houden immers niet op aan de landsgrenzen. Internationale samenwerking biedt de mogelijkheid om kennis, ervaringen en innovaties uit te wisselen. Zij helpt onderzoekers om lokale vraagstukken beter te begrijpen en studenten om een bredere professionele blik te ontwikkelen.

Inclusiviteit als maatschappelijke toetssteen

Het vierde en laatste perspectief van waaruit het lectoraat zijn onderzoek benadert, is inclusiviteit, vertelt Harms. “Een vervoerssysteem kan duurzaam zijn, maar niet toegankelijk. Het kan slim zijn, maar groepen uitsluiten. Het kan efficiënt zijn, maar onveilig aanvoelen. Bij ieder mobiliteitsvraagstuk stellen wij daarom de vraag: wie profiteert van deze oplossing, wie niet, en waarom? Inclusiviteit vormt de maatschappelijke toetssteen van ons lectoraat.”

Vooral over verbinden

“Mobiliteit is uiteindelijk altijd een middel. Een middel waarmee mensen toegang krijgen tot kansen, voorzieningen, sociale relaties en maatschappelijke participatie. Dat is wellicht de belangrijkste les van Parijs aan Nederland en aan Utrecht: de toekomst van mobiliteit gaat vooral over verbinden.”

Lucas Harms hield zijn openbare les op 8 oktober, bij zijn officiële installatie als bijzonder lector Slimme en Duurzame Mobiliteit van Hogeschool Utrecht. Zijn lectorschap is ondergebracht bij het lectoraat Procesinnovatie & Informatiesystemen en wordt ondersteund vanuit het Centre of Expertise Smart Sustainable Cities.

HU-nieuwsbrief, blijf op de hoogte

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang maandelijks het belangrijkste nieuws over ons onderwijs, onderzoek en onze impact op de regio.

Meld je aan

Deel dit artikel

Gerelateerde expertises