‘Sociaal werkers zijn door corona in de loopgraven teruggedrongen’

Hoe doen sociaal werkers hun werk in coronatijden? Wat betekent het beeldbellen voor de kern van hun beroep: contact onderhouden? Het wordt moeilijker voor ze om onder deze omstandigheden hun professionele verantwoordelijkheid waar te maken, zo blijkt uit een peiling van het lectoraat Innovatieve Maatschappelijke Dienstverlening van Hogeschool Utrecht.

Sociale professionals moeten als ogen en oren aanwezig zijn in de samenleving. Deze frontliniewerkers zijn echter voor een niet onbelangrijk deel in de loopgraven teruggedrongen. Zij zijn in toenemende mate aangewezen op digitale middelen voor contact en communicatie. Dat valt niet altijd mee, zo blijkt uit de peiling.

Storing op de lijn

De overstap naar digitale middelen, zoals beeldbellen, ging aanvankelijk gepaard met onwennigheid en ongemak bij zowel professionals als cliënten. Ook het contact van professionals met collega’s is er niet eenvoudiger op geworden. De vanzelfsprekende ontmoeting bij de spreekwoordelijke koffieautomaat is verdwenen, en daarmee een natuurlijk rustmoment om even te sparren. Ook de samenwerking met professionals van andere organisaties heeft haar vanzelfsprekendheid verloren. Het is bijvoorbeeld niet altijd duidelijk welke omgangsregels andere organisaties hebben ingevoerd en wat dit betekent voor onderling overleg en samenwerking rondom een casus.

Makkelijker om mooi weer te spelen

Digitaal contact vraagt meer concentratie en inspanning, terwijl het minder oplevert dan het directe contact met cliënten. Professionals komen ongewild sneller in de rol van observant dan van participant terecht. Tegelijk wordt het observatievermogen ernstig beperkt. Zoals één professional het verwoordde: “Hoe ruikt het in een huis? Hoe warm of koud is het er? Dat soort informatie mis je nu.” Ook subtiele non-verbale signalen van de cliënten ontglippen sneller aan de aandacht. Omgekeerd is het voor cliënten makkelijker om ‘mooi weer te spelen’, zo vertelden meerdere professionals. 

Nadruk op overleven

Al met al wordt het moeilijker voor professionals om onder deze omstandigheden hun professionele verantwoordelijkheid waar te maken. Sommige cliënten raken buiten beeld. Professionals vermelden ook dat het vaker eenvoudigweg niet lukt om onder deze omstandigheden met cliënten aan doelen te werken zoals ze dat gewoonlijk doen. De nadruk komt meer te liggen over overleven in deze omstandigheden, met een te groot appèl op zelfredzaamheid van cliënten. Sommige professionals vrezen dan ook dat veel problematiek zich ongemerkt begint op te stapelen en vroeg of laat tot een uitbarsting zal leiden.

Daarnaast is het de vraag of het wel goed mogelijk is om nieuwe contacten te starten, louter op digitale basis. Maar naarmate de lockdown langer duurt, wordt de druk groter om toch iets te doen. De wachtlijsten groeien terwijl bij sommige professionals ruimte ontstaat om nieuwe taken op te pakken.

Leren digitaal contact te maken

Voor de concrete vakbekwaamheid van de aankomende sociale professionals is vooral ervaring met blended werken (ofwel de balans tussen online en persoonlijk contact) van belang, stellen de onderzoekers. Veel geïnterviewden wijzen op het belang van communicatie via digitale middelen. Studenten moeten daar ervaring mee opdoen, zodat ze erop terug kunnen vallen wanneer dat nodig is. Met het wegvallen van sociale steunstructuren is het ook extra belangrijk om in het contact een appèl te kunnen doen op de intrinsieke motivatie van cliënten, hen bijvoorbeeld te kunnen bewegen om uit bed te komen, zich te verzorgen, op gang te komen. Ook daar moeten studenten ervaring in opdoen.

Dit is een ingekorte versie van een artikel dat eerder verscheen op Sociale Vraagstukken

Deel dit artikel