Jubileum voor opleidingen en lectoraat Dovenstudies

Op 2 november 2018 viert het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies (IGT&D) van Hogeschool Utrecht haar twintigjarig bestaan. Tegelijk viert het Lectoraat Dovenstudies (LDS) van de HU dat zij alweer tien jaar bezig is met praktijkgericht onderzoek. Lector Beppie van den Bogaerde: “Taal is cruciaal voor je cognitieve, sociale, emotionele en algemene ontwikkeling.”

Gebarentaal

Ter ere van het dubbele jubileum organiseerden IGT&D en LDS het Symposium 'All Inclusive', dat een blik werpt op de komende twintig jaar: hoe zien de communicatieve mogelijkheden van (plots)doven, slechthorenden en doofblinden er dan uit? Beppie van den Bogaerde, HU-lector Dovenstudies en hoogleraar Nederlandse Gebarentaal in Amsterdam, blikte onlangs in een interview op Trajectum terug. “Om doofheid hangen nog veel vooroordelen en misvattingen. Daar komt nog bij: medici willen alles wat niet werkt, toch werkend maken. Als een oor van een baby niet goed functioneert, kiezen medici al snel voor een cochleair implantaat. Horende ouders stemmen in, want ze willen nou eenmaal dat hun kind hetzelfde is als zij. Maar men vergeet verder te kijken.”

Wat zouden ze dan kunnen zien?

 “Men zou zich moeten afvragen in wiens belang zo’n ingreep is. Van het kindje of van de implantatenindustrie? Niet dat ik tegen implantaten ben, maar de mindset van medici moet veranderen. Waarom moet iedereen hetzelfde zijn? Een cochleair implantaat verbetert het gehoor gigantisch, maar in een groep is het lastiger om alles te horen. Op de middelbare school geeft dat problemen. Tieners verliezen aansluiting. Veel pubers met een cochleair implantaat hebben sociaal-emotionele issues. Als je dan nog aansluiting bij de dovengemeenschap wil vinden en je moet ook nog gebarentaal leren, dan is dat nogal wat.”

Wat is de oplossing?

 “De oplossing is dat alle kinderen naast gesproken taal ook gebarentaal mogen leren en verwerven, zodat ze zelf kunnen kiezen. Dove kinderen worden dan goede tweetaligen in zowel gesproken als gebarentaal. Je kunt niet voor een kind beslissen dat het geen gebarentaal hoeft te krijgen. Taal is cruciaal voor je cognitieve, sociale, emotionele en algemene ontwikkeling.”

Heeft uw lectoraat bijgedragen aan betere participatie van doven in de samenleving?

 “Indirect. Zo bleek uit een onderzoek dat de communicatie tussen dove patiënten en huisartsen niet goed genoeg verliep. Dat kan levensbedreigend zijn. Daar was veel publieke aandacht voor. Ook onderzochten we verbeteringen van de opleidingen tot tolk gebarentaal in Europa. Momenteel kijken we hoe gebarentaal-les excellent kan worden. Dit onderzoek heeft veel impact in landen waar gebarentaal nog niet erkend was of waar weinig gedaan werd voor doven.”

Ook in Nederland is gebarentaal nog niet erkend als officiële taal. U strijdt daarvoor. Waarom is erkenning zo belangrijk?

 “De goede faciliteiten die doven in Nederland hebben, zoals het recht op een tolk, voelen als een gunst. En een gunst kan altijd worden afgenomen als deze niet in een wet is vastgelegd. Daarom willen wij het liefst dat NGT als officiële taal in de Grondwet komt te staan. Als de taal wordt erkend, maken doven gewoon gebruik van hun taalrechten, komt er meer kennis over doven en gaan anderen meer voor ze openstaan.”

Hoe ziet het onderzoek binnen de HU er nu uit?

 “Binnen het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de HU zijn veel dwarsverbanden te leggen met Dovenstudies. Zo ben ik benieuwd naar schuldenproblematiek, die binnen het Kenniscentrum wordt onderzocht. Hebben veel doven schulden? We weten het niet. Hetzelfde geldt voor toegang tot het recht. Ervaring leert dat doven niet direct een tolk krijgen als ze ergens van verdacht worden of als ze aangifte doen. Hoe zorgvuldig zijn procedures dan?”

Er is voor de volgende lector Dovenstudies dus nog een hoop werk te verrichten.

Lees het volledige interview op Trajectum