Co-teaching blijkt een goede manier om passend onderwijs te geven

Veel scholen vinden het moeilijk om een goede, inclusieve leeromgeving te vormen voor alle kinderen: ook kinderen die minder goed meekomen, of juist bovengemiddeld veel in hun mars hebben. Co-teaching kan hierbij een oplossing bieden, aldus het proefschrift van Dian Fluijt, docent-onderzoeker aan Hogeschool Utrecht.
Dian Fluijt, docent en projectleider bij het Seminarium voor Orthopedagogiek

Co-teaching is een onderwijsaanpak waarbij meerdere onderwijsprofessionals op een gestructureerde manier samenwerken, op basis van een gedeelde visie. Ze nemen samen de verantwoordelijkheid voor goed onderwijs aan en de ontwikkeling van alle leerlingen in de groep. Deze manier van lesgeven is, volgens het onderzoek van Dian Fluijt, een effectieve strategie om de Wet op Passend Onderwijs en het vergelijkbare Belgische M-Decreet succesvol uit te voeren. Beide wetten hebben tot doel om leerlingen zoveel mogelijk aan het regulier onderwijs deel te laten nemen. Uit het onderzoek blijkt dat leerlingen in een co-teachinggroep over het algemeen beter presteren. Daarnaast zitten zowel leraren als leerlingen beter in hun vel, omdat leerlingen meer aandacht krijgen en leraren hun verantwoordelijkheid kunnen delen.

Goed samenwerken is essentieel

Een goede samenwerking tussen de docenten is essentieel om deze onderwijsvorm te laten slagen. Daarvoor is het belangrijk dat de docenten hun eigen en gezamenlijke normen, waarden en overtuigingen verkennen, en leren om samen goed les te geven. Fluijt geeft aan dat co-teaching niet iets is dat je ‘zomaar even doet’: Organisaties die willen starten met co-teaching zouden daarbij ondersteuning moeten krijgen.

Promotie

Dian Fluijt, docent en projectleider bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en onderzoeker bij lectoraat Normatieve Professionalisering aan Hogeschool Utrecht, verdedigt haar proefschrift “Passend Onderwijzen met Co-Teaching. Studie naar de betekenisverlening van co-teaching teams” op 21 september 2018 om 10.30 uur aan de Universiteit Utrecht. Lees hier de samenvatting van het proefschrift.