Boek: Hoe doe je onderzoek als onderwijzer?

13-03-2017

Praktijkgericht onderzoek doen in het onderwijs kent zijn eigen onderzoeksprocessen en -dilemma’s. Dr. Lisette Munneke, onderzoeker aan de Hogeschool Utrecht, brengt ze in kaart in een boek dat dit voorjaar verschijnt. “Moet je afstand nemen als onderzoeker, of mag je ook betrokken zijn.”

Het boek ‘Praktijkgericht onderzoeken in het onderwijs’ is een weerslag van de ervaringen  die Lisette Munneke en haar collega Jacqueline van Swet hebben opgedaan tijdens het begeleiden van praktijkgericht onderzoek in met name educatieve masteropleidingen. Ongeveer een derde van de studiepunten in deze hbo-masters hebben te maken met de ontwikkeling van onderzoekend vermogen, maar de beschikbare literatuur was niet toereikend, stelt Munneke.

Focus op het proces

“De bestaande literatuur zit erg op de methoden en technieken en minder op de proceskant. Bijna alle boeken over onderzoek zijn een soort receptenboeken. Hoe maak je een vragenlijst, hoe observeer je? Wat we misten was welke keuzes je als student of professional moet maken, tegen welke problemen en dilemma’s je aanloopt als je in de eigen onderwijspraktijk onderzoek wil uitvoeren.”

Een voorbeeld van zo’n dilemma bij onderzoek doen in het onderwijsdomein is dat het moeilijk is om experimenten uit te voeren waarbij je groepen wilt vergelijken. “Als er al twee havo 4-klassen zijn, zijn die vaak niet vergelijkbaar: de ene groep zit vol doorstromers uit havo 3, de andere met overstappende vmbo’ers en vwo’ers. Daar moet je het als professional dan wel mee doen.”

In het boek komen dergelijke vraagstukken aan bod en zien studenten welke andere vormen van praktijkgericht onderzoek er zijn. Munneke: “We willen studenten bewust maken dat er ook andere manieren zijn om te komen tot kennis dan alleen het klassieke experimentele onderzoek. Ontwerpgericht of actieonderzoek is goed toepasbaar voor professionals in hun eigen praktijk. Waardevolle vormen van onderzoek waarin bijvoorbeeld de interactie met je collega’s, met elkaar onderzoek doen goede aanvullingen zijn.”

Worsteling voor de student

Munneke ziet in de praktijk veel studenten worstelen met het vraagstuk hoe je onderzoek moet uitvoeren als je tegelijkertijd ook de uitvoerende professional bent en dus de rol van onderwijzer en onderzoeker moet combineren. “Moet je afstand nemen als onderzoeker, of mag je ook betrokken zijn? In bepaalde onderzoeksopvattingen is dat een probleem, in andere probeer je er juist gebruik van te maken.”

Munneke ziet dat professionals vaak willen onderzoeken vanuit opvattingen over onderzoek die voortkomt uit de eigen vakachtergrond. “Mensen met een natuurwetenschappelijke achtergrond vinden het vaak lastig om praktijkgericht onderzoek te doen. Ze snappen dat het voor henzelf waarde heeft, maar zetten snel vraagtekens bij de transfereerbare waarde ervan en betwijfelen of het wel betrouwbare kennis oplevert. Dit boek laat zien dat dit wel degelijk mogelijk is.”

Hoewel het boek ook bruikbaar is voor bachelorstudenten is het vooral geschreven op het publiek dat een educatieve master volgt. Munneke: “We zagen dat er een gat is in de literatuur voor het masterpubliek. Er is behoefte aan boeken die op een specifieke praktijkcontext zijn geschreven. Bovendien besteden we in dit boek ook ruim aandacht aan wetenschapsfilosofie, zodat studenten leren om vanuit verschillende opvattingen naar onderzoek te kijken. Die verdiepingsslag is voor masterstudenten van groot belang. Dit boek is bij wijze van spreken het vertrekpunt, de wat ik noem receptenboeken kunnen helpen bij de praktische uitvoering.”

Veilige onzekerheid creëren

Een ander aspect dat in het boek aan de orde komt is hoe studenten het doen van praktijkgericht onderzoek beleven. De complexiteit van het onderzoek, zeker op masterniveau is voor veel studenten een drempel. “Je moet een situatie van veilige onzekerheid zien te creëren. Ander zie je dat studenten soms blokkeren, omdat ze aan het zwemmen zijn. De eerste fase van zo’n onderzoek is vaak verwarrend en moeilijk, in het boek maken we helder dat zulke gevoelens erbij horen. We geven concrete voorbeelden van studenten die met dergelijke problemen worstelen en welke oplossingen ze ervoor vinden.”

In veel gevallen zullen studenten in de dagelijkse praktijk na het afronden van hun master maar in beperkte mate nog onderzoek gaan doen. Waarom is er dan zoveel aandacht voor onderzoeksvaardigheden in de masteropleidingen? “Enerzijds moeten studenten aantonen dat ze een bepaalde complexiteit aankunnen en is het doen van onderzoek een methode om daar beeld van te krijgen. Het ideaal is dat ze na het afronden van de master onderzoeken kunnen blijven doen, maar de dagelijkse praktijk is weerbarstig waardoor er vaak maar beperkte tijd en ruimte is. Maar we hopen wel het inzicht te bieden dat je ook met kleine vormen van dataverzameling bezig kan zijn met onderzoek in je eigen praktijk als professional.”

De ideale docent

Binnen het lectoraat methodologie van praktijkgericht onderzoek waarin Lisette Munneke participeert,  probeert men bovendien inzicht te krijgen op de impact van het onderzoekend vermogen op de kwaliteit van professionals. Praktijkgericht onderzoek doen is een heel andere vaardigheid dan lesgeven zelf en vraagt andere competenties. Zijn die echt nodig om een goede docent te zijn?
“De reflectieve en adaptieve professional is al jaren het ideaalbeeld van de docent. We willen in het onderwijs docenten die in staat zijn om te veranderen en te innoveren. Verondersteld wordt dat het onderzoekend vermogen daar een belangrijke katalysator van is, en dat willen we binnen het lectoraat onderzoeken. Wat betekent onderzoekend vermogen voor de kwaliteit van een professional?”

Het boek van Lisette Munneke en Jacqueline van Swet is hier alvast te reserveren.

Bron: Science Guide 

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten